| Mozes
|
|
Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal ik ter verantwoording roepen. (Deuteronomium 18:18-19)
De Messias zal een profeet zijn als Mozes, voorspelt Mozes zelf in naam van de Heer. Het bewijs van deze woorden ligt in de bijbel zelf, zoals wij belijden in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf.’ Dus als Jezus in het Nieuwe Testament op Mozes lijkt, is dat het bewijs dat Hij de beloofde Messias is.
Dus waarin lijkt Jezus op Mozes?
Allereerst in het contact met God. Mozes mocht tot God naderen op de berg en in de Tabernakel. Ook Jezus had dat contact: Hij trok zich regelmatig terug om met zijn Vader te spreken. Maar zijn Vader had ook contact met Hem. Denk aan de twee keer dat God Jezus aanwijst als zijn Zoon; de doop in de Jordaan en de verheerlijking op de berg.
Een tweede, belangrijker vergelijking ligt Mozes’ rol als middelaar tussen God en het volk. Daarin is hij een voorafbeelding van Jezus. Jezus staat als Middelaar tussen God en ons. In de catechismus is dit terug te vinden in vraag en antwoord 15-18. Jezus is de enige Middelaar, God en mens. Met kerst denken we terug aan dit wonder: God is als mens op aarde gekomen, om de straf te dragen en te bemiddelen tussen God en ons.
Petrus mag op de Pinkstermorgen daarvan getuigen:
Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal hij de Messias zenden die hij voor u bestemd heeft. Dat is Jezus, die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld. Mozes heeft al gezegd: “De Heer, uw God, zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. Wie niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk gestoten worden.” (Handelingen 3:20-23)
|
|
| Melchisedek
|
|
Psalm 110: 4
De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’
Melchisedek is een intrigerend iemand. Ik heb me altijd al afgevraagd wie hij nu werkelijk is/was, maar ik ben er nooit helemaal uitgekomen.
Melchisedek leefde ten tijde van Abraham en was een priester van God. Tegelijk was hij koning van Salem. Abraham offerde de tienden van zijn buit, nadat hij Lot had bevrijd, aan Melchisedek (lees maar na in Genesis 14).
Het wordt nog vreemder. In Hebreeën 7 staat over Melchisedek:
“Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God – hij is priester voor altijd.”
Wie Melchisedek precies was, zal ik wel nooit weten. Tenminste in dit leven. Maar ik mag wel rijk gezegend worden in wie hij was. Hij was namelijk een beeld van de komende Christus: hij was een priester voor altijd. Buiten het -toen nog aanstaande- verbond met Israël (Abraham) was er een priester van God. Daarin was Hij beeld van Christus. Hij is immers ook een priester van God, buiten de wet om (immers: geen Leviet, maar uit de stam Juda!). Zo kon Christus als Hogepriester in het hemelse heiligdom onze schuld betalen.
Wat betekent dit voor mij? Ook ik mag een priester zijn. Ook ik ben een beeld van Christus. Petrus schrijft:
“Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken” (1 Petrus 2: 9 en 10).
Christus gaf zijn leven voor mij. Nu leef ik voor Hem.
|
|
| Jesaja 11
|
|
Jesaja 11:10
Op die dag zal de telg van Isaï
als een vaandel voor alle volken staan.
Dan zullen de volken hem zoeken
en zijn woonplaats zal schitterend zijn.
De telg van Isaï, dat is Jezus. Sinds Hij opstond uit de dood, is er iets wezenlijks veranderd. Het heil is niet alleen voor Gods eerste volk. Het is nu voor iedereen. Vanaf die dag zullen de volken Hem zoeken. Daarom mocht Petrus het visioen krijgen waarin het onreine rein wordt verklaard. Daarom mocht Paulus als apostel zelfs Europa bezoeken. Daarom mogen wij geloven. Sinds Jezus’ opstanding zullen de volken Hem zoeken. Dat kun je ook omdraaien:
Het feit dat jij Jezus zoekt is een bewijs dat Jezus opgestaan is.
|
|
| Psalm 87
|
|
Met Pinksteren begon ’s middags de dienst met een prachtige Psalm. Ik moest denken aan mijn vorige stukje over dat wij, naast Israel, zijn uitgenodigd. Ook deze Psalm spreekt er over. Kippenvel bij het zingen. Ook wij gelden als geboren in Jeruzalem. Ook wij mogen wonen in Gods Heiligdom. Geniet van dit prachtige gedicht:
Van de Korachieten, een psalm, een lied.
Boven alle steden van Jakob
heeft de HEER de poorten van Sion lief,
zijn vesting op de heilige bergen.
Van u wordt met lof gesproken,
stad van God.
‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië
zijn alle hier geboren.’
Met recht kan men van Sion zeggen:
‘Welk volk ook, het is hier geboren,
de Allerhoogste houdt Sion in stand.’
Bij de namen van de volken schrijft de HEER:
‘Dit volk is hier geboren.’
En dansend zingen zij:
‘Mijn bronnen zijn alleen in u.’
Dat betekent dat mijn paspoort veranderd moet worden. Ich bin ein Jerusalemmer!
|
|
| Joden en heidenen
|
|
Jesaja 42:1
Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen,
hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde,
ik heb hem met mijn geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Christus brengt het heil voor alle volken. Jesaja spreekt er al over. Wat is dit een wonder. Zelfs voor mij, Nederlander, zendt de Joodse God zijn Zoon! Als Jezus 40 dagen oud is en wordt opgedragen, mag de oude Simeon hier ook van profeteren:
Lucas 2
Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.
Voor de Joden was dit niet altijd helder. Zij waren toch zeker Gods uitverkoren volk? De andere volken waren heidenen, onbesnedenen! Vreemd, dat de Joden Christus nog niet als Heiland accepteren, en de heidenen wel. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Paulus beschrijft zijn moeite hiermee in de Romeinenbrief. Wat een pijn doet het hem, te weten dat zijn Joodse volksgenoten Christus nog niet willen kennen. Toch is het evangelie eerst voor de Joden:
Romeinen 1:16
Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.
Toch laat God zijn volk niet in de steek. God heeft hen weggebroken, opdat er plaats voor ons zal zijn. Daarna zal ook het Joodse volk delen in de heerlijkheid van Christus.
Romeinen 11
Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ‘De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.’
Gods is getrouw, zijn plannen falen niet!
|
|
| Jesaja 53
|
|
Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.
Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
Na het lijden dat hij moest doorstaan,
zag hij het licht
Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich.
Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen
en zal hij met machtigen delen in de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood
en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op.
Nieuwsgierig geworden? Lees verder -->
|
|
| Blinden zullen zien
|
|
Op die dag zullen doven kunnen horen
hoe uit een boek wordt voorgelezen,
en blinden zullen met eigen ogen zien,
bevrijd van duisternis en donkerheid.
(Jesaja 29:18)
Dan worden blinden de ogen geopend,
de oren van doven worden ontsloten.
Verlamden zullen springen als herten,
de mond van stommen zal jubelen:
waterstromen zullen de woestijn splijten,
beken de dorre vlakte doorsnijden.
(Jesaja 35: 5/6)
Je kunt de Christus herkennen aan wat Hij doet. Grootse daden. Als Johannes de Doper gevangen zit, laat hij de moed zakken. Hij heeft geen uitzicht meer en stuurt vertwijfeld zijn discipelen er op uit. ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’
Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt.'
(Lucas 7: 22)
Als Christus te herkennen is aan zijn daden, moet dat ook zo zijn voor zijn volgelingen. Zo kunnen anderen Christus herkennen in wat wij doen. Doen wij slecht, dan brengen we Gods heilige naam in diskrediet (zonde tegen het derde gebod).
Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder daden dood.
(Jakobus 2: 26)
Zie ook de column Daklozenkrant
De Bloemenkoning
|
|
| Geboren in Bethlehem
|
|
Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren,
uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer. (Micha 5: 1)
Vreemd dat de Joden Christus toch niet herkend hebben. De bijbel staat vol voorspellingen, dus een simpele optelsom zou toch moeten leiden tot één conclusie: deze Jezus is de beloofde Messias. De schriftgeleerden van Herodes konden het zo opdreunen: in Bethlehem. Toch waren ze ziende blind:
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messiasgeboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.” (Matteus 2)
Dit is tegelijk een les voor ons: Zien wij Christus nog wel? De NGB zegt in artikel 2 dat we God eerst kennen “door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld. Want deze is voor ons als een prachtig boek, waarin alle schepselen (...) de letters zijn...”
Herkennen wij de Christus in zijn werken? In de natuur? In elkaar? Of zijn we ziende blind?
|
|
| Zoon van David
|
|
De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid”. (Jeremia 23: 5 en 6)
De koning naar Gods hart. Gezalfd door de profeet Samuel. David.
Als je op www.biblija.net als zoekterm 'David' opgeeft en dan in Mattheus kijkt, dan is het opvallend hoe vaak Jezus de zoon van David wordt genoemd. Meestal door mensen die hulp van Hem verwachten.
De joden verwachten de Messias. Jeremia spreekt al van de tijd dat Hij komt: een opvolger van David, een herstel van het koningschap.Vrede voor Israel.
Er zaten daar twee blinden langs de weg die, toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, begonnen te roepen: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ (Mattheus 20:30).
Laten we net als deze twee blinden ons vertrouwen op Davids Zoon stellen.
Kyrië Eleïson
|
|
| Juda
|
|
In Juda’s handen zal de scepter blijven,
tussen zijn voeten de heersersstaf,
totdat hij komt die er recht op heeft,
die alle volken zullen dienen.
Genesis 49:10
Dat Juda de voorouder is van Jezus is algemeen bekend. Het staat hier voorspeld. Maar in deze tekst zit een opvallend detail:
In Juda’s handen zal de scepter blijven, totdat hij komt die er recht op heeft
Juda was de voorouder van David. Tot zelfs na de ballingschap zaten er nakomelingen van David op Israels troon. Totdat de Messias kwam. Toen zat er een Edomiet, Herodes. Dus: toen Hij kwam die er recht op had, verloor Juda de scepter. Een duidelijke voorspelling dat deze Jezus inderdaad de Messias is.
Psalm 110 spreekt van de vervulling van Gods beloften door de Messias:
Uit Sion reikt de HEER u
de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.
en:
De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’
God houdt zijn beloften.
|
|
| Isaäk
|
|
Maar God zei: ‘Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden. (Genesis 17:19)
"De zoon van Isaak". Een kort zinnetje in het geslachtregister van Jezus. Maar wat zit er een geloof achter. De stokoude Abraham. God heeft zoveel van hem gevraagd. Ook zoveel beloofd. Een land? Een zoon? De Verlosser in de zoon? Abraham ziet het nog niet. Hij moet het geloven. En dat doet hij. Hij kijkt ver de toekomst in. In Hebreeën 11 staat het zo: Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten , omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. En even verder: ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft hij voor hen een stad gereedgemaakt.
Voor ons deze les: laten wij net als Abraham reikhalzend uitzien naar de stad van God, het hemelse Jeruzalem. Dan zal God zich er niet voor schamen onze God genoemd te worden.
De apostel Johannes mocht er al iets van laten zien in Openbaring 21: Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.
|
|
| Sabbat
|
|
Exodus 20: 8-11
Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.
Door alle drukte heen biedt de Here zijn volk een dag rust in de week aan. Een dag om je op de Heer te kunnen richten. Want Hij weet dat je daar doordeweeks nauwelijks aan toe komt. Daarom: sabbatsrust, je wijden aan de Heer, een dag heilig leven.
Dit is tevens een beeld van de toekomst. Straks, als Jezus terugkomt, kunnen we ons leven helemaal wijden aan Hem.
Dit is tevens een uitdaging voor nu: hoe kun jij nu al je dagelijks leven aan Hem wijden? In hoeverre laat jij de Heilige Geest je leven bepalen?
Het vierde gebod is een profetie over Jezus. Hij geeft ons echte rust. Over die rust spreekt de Bijbel in Hebreeën 3 en 4, maar je moet het in verband lezen met de rest van de brief.
Is het lezen van deze brief geen mooie manier om tijdens de vakantie sabbat te vieren?
Goede vakantie,
De Bloemenkoning
debloemenkoning@hotmail.com
|
|
| Abraham
|
|
Ik zal zegenen wie jou zegenen,
wie jou bespot, zal ik vervloeken.
Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden. (Genesis 12:3)
Dit zegt de Here tegen Abraham, dan nog Abram. De vraag is hoe jij en ik in Abraham gezegend zijn, want dit is een persoonlijke boodschap voor iedere bijbellezer: jij bent in Abraham gezegend. Hoe? Daarvoor moeten we naar de vervulling van deze profetie. Die is te vinden in het geslachtsregister van Jezus, in Mattheus 1: Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. Jezus wordt hier de zoon van Abraham genoemd. Jezus is de beloofde Messias. In Hem zijn we allen gezegend.
|
|
| Moederbelofte
|
|
Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare,
zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.
Dit bekende bijbelgedeelte, Genesis 3:15, heet ook wel de Moederbelofte.
We zijn vlak na de zondeval: De mensen hebben gekozen voor de Satan en God de rug toegekeerd voor een leven in slavernij. Toch biedt God de mensheid weer perspectief: er is en tijd van lijden, maar er ook een tijd van verlossing. Over de vervulling van deze profetie schrijft de apostel Paulus in zijn brief aan de Galaten (hoofdstuk 4):
Op dezelfde manier waren ook wij, toen we nog onmondig waren, onderworpen aan de machten van de wereld. Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden. En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God.
|
|
|