Jezus is opgestaan - dat is een feit waar je niet omheen kunt
preek over Matteus 27:62-66, 28:2-4 en 11-15
[geschikt als preek voor Pasen-middag of in de weken erna]
De hogepriesters hebben er alles aan gedaan om Jezus uit de weg te werken. Het heeft hun veel gekost. Eindelijk is het gelukt. Tot ze bedenken wat Jezus gezegd heeft: ik zal opstaan. Dus moeten ze weer bezig: wachters regelen (op sabbat!). Wat een onrust, door wat Jezus gezegd heeft. Gods woorden hebben werking, roept weerstand op, ook vandaag. Maar dat bewijst juist de waarheid. Ook de hogepriesters ontkennen de feiten niet. Ze hebben zelf gezorgd voor getuigen bij het neerdalen van de engel: extra bewijzen voor de echtheid (en daar mag je naar vragen, zie ook 1 Kor.15). De feiten zijn niet te weerleggen. Geloven gaat niet tegen de feiten in! De vraag is: wat doe je met die feiten? Neem je Christus gelovig aan?
Jezus leeft - want waar God is, móet de dood het wel verliezen
Korte Paaspreek n.a.v. Handelingen 2:24,
aansluitend op kindermoment met niet-uitblusbare kaarsjes
De banden van de dood: alsof je met sjorbanden vastzit. Zo was het met Jezus gegaan. Steeds strakker, de dood won. Maar de dood kón hem niet vasthouden. Dat stond al in het Oude Testament, Psalm 16. Als God bij je is, verliest de dood het. Bij Jezus geldt dat helemaal. Hij kon niet dood blijven. God maakte hem los. Dat is troost, ook voor ons: als je dicht bij God leeft, staat de dood uiteindelijk machteloos. Hij is nog voelbaar sterk, maar wint het niet.