‘Na twee jaar samenwonen willen we nu trouwen - wilt u ons huwelijk bevestigen?’
Wat zeg je, wanneer je als kerkenraad deze vraag krijgt? Het antwoord zal vermoedelijk ‘nee’ zijn. Maar daarmee is het gesprek toch niet afgelopen? En zou het gesprek zelfs niet zo kunnen lopen dat het antwoord uiteindelijk toch ‘ja’ wordt?
Begrip
Patrick en Inge hebben hun vraag bij de kerkenraad neergelegd. Twee broeders nemen het op zich om met het stel in gesprek te gaan. Hoe zal dat gesprek verlopen?
Dat hangt om te beginnen al af van het gevoel waarmee de broeders bij hen aanbellen. Repeteren ze in zichzelf nog gauw even het rijtje bijbelteksten dat ze straks zullen afvuren? Dan is de kans op een mislukt gesprek al redelijk groot.
Ik pleit voor een houding van begrip. Probeer je te verplaatsen in Patrick en Inge. Zij leven in een wereld waarin het volstrekt belachelijk is als je zomaar gaat trouwen, zonder eerst samen te wonen. Laatst hoorde ik van een meisje van 21 dat pas getrouwd is; als zij dat aan collegaatjes vertelt, wordt ze met verbazing aangekeken en vervolgens kijkt men steevast naar haar buik. Telkens weer mag ze uitleggen dat ze vrijwillig getrouwd is. Trouwen is tegenwoordig de tweede fase van je relatie en je bent heel gek als je het samenwonen overslaat. Is het dan zo vreemd dat Patrick en Inge daarin meegaan? Het is juist bijzonder als jongelui tegenwoordig daar niet in meegaan!
Ook op een dieper niveau mag je beginnen met begrip. Je komt binnen in hun privé-leven. Je wilt een gesprek over heel persoonlijke beslissingen. Je wilt hen overtuigen dat zij daarin te luisteren hebben naar een norm die buiten henzelf ligt: Gods wil. Ook dat staat haaks op wat tegenwoordig normaal gevonden wordt. Regels en normen zijn goed, maar alleen om de samenleving ordelijk te laten verlopen. Wat je in je privé-leven doet, moet je zelf weten. Daar heeft geen mens iets over te zeggen. Zou God er dan wel iets over te zeggen hebben? Zou je alleen uit gehoorzaamheid iets doen dat helemaal tegen jouw gevoel ingaat? Dat zijn we niet gewend. Begrijpelijk toch dat Patrick en Inge dat niet zomaar willen?!
Een houding van begrip is voorwaarde voor een open gesprek. Wanneer je naast het stel gaat staan en tegelijk met alle duidelijkheid de goede weg wijst, bereik je meer dan wanneer je vol onbegrip tegenover hen zit.
Basis
De deur gaat open, Patrick heet de broeders welkom (‘hé, het is toch best een hartelijke jongen’), de koffie komt op tafel en het gesprek komt op gang. Maar in welke richting?
Naar de diepte! Naar de basis! Steek niet direct in op het verschil tussen samenwonen met of zonder boterbriefje. Wat mij betreft: praat helemaal nog niet over huwelijk en samenwonen. Eerst naar de basisvragen: hoe zitten wij hier bij elkaar? Willen we in dit gesprek samen zoeken naar wat God wil? En als we dat samen ontdekken, laten jullie je daar dan door aanspreken? Bestaat voor jullie de mogelijkheid dat God op een bepaald punt zegt ‘dat moet anders’ en wil je het dan ook anders?
Als op die basis-vragen geen duidelijk antwoord komt, heeft een gesprek over het samenwonen weinig zin. Dan zijn er andere dingen die eerst besproken moeten worden, desnoods in een volgend gesprek. En als niet het geloofsinzicht doorbreekt dat God het echt voor het zeggen heeft in je privé-leven, zal dát de reden zijn waarom er op de trouwdag geen kerkdienst zal zijn. ‘God heeft het bij ons niet voor het zeggen, maar Hij heeft ons maar wel te zegenen’- dat is een houding die absoluut niet kan. Dat snappen zelfs dwarse jongelui nog wel.
Begin bij de basis en blijf daarbij tot duidelijk is dat je een gesprek kunt voeren vanuit de gemeenschappelijke basis van gehoorzaamheid aan God.
Kern
Het gesprek met Patrick en Inge verloopt goed. Ze staan open voor de vraag: ‘wat wil God?’
Natuurlijk zet je in bij het huwelijk als levenslange verbinding. Je wijst terug naar de schepping: God heeft de ene mens gemaakt in tweeën; Hij maakt van die twee vervolgens weer één mens, één vlees. Wat God zo aan elkaar gemaakt heeft, mag de mens niet meer uit elkaar halen (Matt.19:6). Daarom het huwelijk, als levenslange band, en niet het samenwonen voor zolang als je elkaar aardig genoeg vindt...
‘Ja maar zo willen wij het ook helemaal niet’, zegt Inge. ‘Toen wij gingen samenwonen hebben we elkaar ook levenslange trouw beloofd. Wat maakt het dan uit waar we dat elkaar beloven, hier in dit huis of met al die poespas eromheen in het gemeentehuis?’
Ga dan samen naar de kern: wat is het verschil tussen samenwonen en trouwen? Daar zijn geen pasklare bijbelteksten voor. Misschien is het wel op deze manier uit te leggen:
Twee mensen gaan een relatie aan. Ze gaan samen op weg. Maar het zijn zondige mensen. Twee ego’s met fouten en tekorten. Dat betekent het risico van verkilling, ruzie, uit elkaar groeien. Je kunt van de weg raken. Daarom heb je een vangrail nodig.
Die vangrail kan niet je eigen liefde en trouw zijn. Iets van jezelf houdt jou niet tegen als je uit de bocht vliegt. Er moet iets buiten jezelf zijn. Iets wat blijft ook als jouw liefde verdwijnt.
Zo’n vangrail is het huwelijk. Het huwelijk is een verbond. In een verbond bind je jezelf vast, om de ander extra zekerheid te geven. Zelfs God heeft dat gedaan: Hij bond zich vast aan zijn belofte, en zijn volk Israël kon Hem daaraan houden. Het verbond was voor Israël de zekerheid dat God niet op een kwade dag van gedachten zou veranderen. Zo werkt ook het huwelijk. Je bindt jezelf daarin vast. Het huwelijk is de zekerheid voor de ander dat jij niet op een kwade dag er zomaar vandaar kunt gaan.
Zo’n verbond is niet iets van jullie samen. Je geeft juist jezelf uit handen. Ten diepste aan God: Heer, maakt Ú van ons tweeën nu één. Maar je hebt mensen nodig als getuigen. Je hebt menselijke instellingen nodig, zoals een huwelijk met rechten en plichten.
Zo geef je aan elkaar de grootste zekerheid. Die zekerheid ligt niet vast in jouw liefdesgevoel, maar in het verbond waar jij je in hebt vastgelegd. Dat is de vangrail die je de ander kunt geven. Een vangrail om jou tegen te houden.
Samenwonen betekent: de ander afhankelijk laten zijn van jouw liefde en trouw.
Trouwen betekent: de ander maximale zekerheid geven, door jezelf vast te leggen.
Het is een poosje stil. Patrick en Inge hebben geluisterd. Ze hebben nog wel allerlei vragen, maar wat de broeders gezegd hebben, heeft toch wel iets bij hen geraakt.
‘Het is al laat, zullen we er over twee weken verder over doorpraten’. Die afspraak is snel gemaakt. ‘Tot over twee weken, en denk er maar verder over na’.