O kom, o kom, Immanuël,
verlos uw volk, uw Israël,
herstel het van ellende weer,
zodat het looft uw naam, o Heer!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël
(Gezang 125 : 1)

De 1e kaars is aangestoken. Op de achtergrond staat het bloemstuk wat de eerste adventszondag symboliseert. Het hout is nog kaal, er is een nieuw begin. Het moet nog verder groeien.


De kinderen hebben ook al aan kerst gewerkt, ze hebben grote tekeningen gemaakt en sterren gekleurd.

Jozef en Maria gaan onderweg van Nazareth naar Bethlehem.