Historie Lelystad

Door Roel Hartman en Seine Timmermans (Overgenomen uit 'De Reformatie'1986 pag. 664 t/m 666 en uit de jubileumkrant januari 2002)

Kerken in Nederland
Er is over kerken in Nederland vanuit het verleden naar het heden veel te schrijven. Het kerkvergaderend werk van onze Here Jezus Christus heeft in de lage landen bij de zee een lange en veelbewogen geschiedenis. Zo kon en eerdere artikelen onder het thema ‘Kijk op de kerk van’, worden gesproken over Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking. Deze zaken zijn echter aan de kerk van Lelystad vreemd. Want de kerk is nog maar 25 jaar jong en daarmee een van de jongste kerkranken aan de wijnstok van Christus.

Toch heeft zij wel geschiedenis, namelijk haar ontstaan in een stad in de IJsselmeerpolder, die stad die met ingang van 1 januari 1986 hoofdstad is geworden van onze twaalfde provincie: ‘Flevoland’. Nu is het in het kader van deze nieuwe polderprovincie, uit kerkhistorisch oogpunt, interessant om eens na te gaan, hoe Christus’ kerk is geplant op meerdere plaatsen in die polders en hoe in die rij ook de kerk van Lelystad zijn plaats mocht innemen als levende kerksteen in het kerkgebouw dat onze Here en Heiland bezig is te bouwen, te volmaken en af te ronden.
In 1941 wordt de dijk voor de Noordoostpolder gesloten en in 1942 valt de polder droog, 48.000 hectare nieuw land! De ontwikkeling van dit nieuwe land kon beginnen en daarmee krijgen ook Gods kinderen de taak het kerkelijk leven te ontplooien. Op 14 oktober 1945 vindt de instituering plaats van de kerk in de Noordoostpolder. De ‘synode van Enschede’ benoemt een deputaatschap, met de opdracht het kerkwerk in de IJsselmeerpolders met voortvarendheid ter hand te nemen en te stimuleren waar mogelijk, voor kerkleden die zich daar vestigen.
Op 20 april 1947 wordt dominee C.G. Bos aan deze gemeente verbonden en begint met veel enthousiasme zijn arbeid in de wijngaard van de Heiland in dit drooggevallen stukje Nederland.

Tien jaar lang mag hij hier planten en begieten onder omstandigheden die voor ons in 2002 nauwelijks denkbaar zijn. Maar God zegende dit werk in ruime mate! Nu kan men zich afvragen wat dit te maken heeft met de kerk van Lelystad. Hier werd echter de basis gelegd voor het kerelijk opbouwwerk in de IJsselmeerpolders, of zoals het nu heet: de Provincie Flevoland, en in principe de kiem voor de kerk te Lelystad. Inmiddels zijn de waterwerkers reeds bezig om nog meer land aan het water te ontworstelen.

De dijkbouw voor Oostelijk-Flevoland startte in 1950. In de onafzienbare watervlakte van het IJsselmeer, op de plaats waar later Lelystad zal verrijzen, wordt een paal geplaatst en komt langzaam maar zeker het werkeiland Lelystad-Haven boven water. We schrijven dan 1952. In dit jaar neemt dominee J. Van Raalte, predikant te Harderwijk, de geestelijke bearbeiding op zich van de kerkleden die op dit werkeiland wonen. Door dit ‘consulentschap’ zal de naam van deze predikant aan de kerk van Lelystad verbonden blijven. Maar meer nog door het feit, dat bij het zelfstandig worden van de kerk te Lelystad, door hem een statenbijbel werd aangeboden aan deze jonge kerk. Het Woord van God: toen centraal gesteld op een werkeiland in het centrum van het IJsselmeer, nu centraal op de kansel van het kerkschip Lelystad.

Op 13 september 1956 te 13:08 uur werd het laatste dijkgat gesloten en op 29 juni 1957 was Nederland 54.000 hectare land rijker. Opnieuw is er werk aan de winkel voor de kerk.

Op 4 mei 1962 vindt de instituering plaats van de Gereformeerde Kerk van Oostelijk-Flevoland. Welgeteld 38 kerkleden, groot en klein, vormen een bruggehoofd voor een kerk die de kiem van twee zelfstandige kerken in zich draagt. Zij allen weten de kerken in het hele land achter zich.
Na een aanvankelijk zich voorspoedig ontwikkelend kerkelijk leven vindt ook in deze jonge polderkerk de trieste kerkstrijd uit de jaren 1967-1968 plaats. Van de tot 85 gezinnen uitgroeiende gemeente blijven 17 gezinnen trouw aan het kerkverband, met verdriet achterlatend wat in de voorbije jaren was opgebouwd. Maar trouw aan Gods opdracht en onder Zijn zegen mocht weer worden gewerkt aan de kerk van Jezus Christus.

In 1970 mocht een beroep worden uitgebracht op dominee C.G. Bos, de polderdominee uit het begin. Op 6 september 1970 deed hij zijn intrede in Dronten en op 13 september 1970, precies 14 jaar nadat de dijk rond Oostelijk-Flevoland werd gesloten werd de eerste kerkdienst in de Lelystad gehouden in de gymzaal van de Christelijke school ‘De Inktvis’. Er gaan 5 gezinnen, 18 kerkleden, voor het eerst in hun eigen woonplaats naar de kerk. Deze kerkdienst mocht een eerste stap zijn op de weg naar de zelfstandige kerkelijke gemeente van Lelystad.
Werd nu nog vergaderd in een tijdelijke accommodatie, er werd reeds gewerkt aan kerkbouwplannen. Deze plannen mogen in februari 1975 werkelijkheid worden. De eerste paal wordt geslagen voor het kerkgebouw ‘De Kandelaar’ te Lelystad. Na een voorspoedige bouw kon op 16 december 1975 het gebouw in gebruik worden genomen. Weer kwam het kerkschip Lelystad een haven verder.

De groei van de kerkelijke gemeente Oostelijk-Flevoland zette zich voorspoedig voort. Op 20 december 1976 wordt de akte van kerksplitsing getekend. Hierin ligt vast dat met ingang van 1 januari 1977 de kerk van Oostelijk-Flevoland wordt gesplitst in twee zelfstandige kerken, te weten Lelystad met 143 kerkleden en Dronten met 229 leden. Het is op 2 januari 1977 een feestelijke zondag. Voor het eerst worden kerkdiensten belegd als zelfstandige gemeente.
In verband met het voorgenomen beroepingswerk worden stappen ondernomen om te komen tot de aankoop van een pastorie en met voorspoedig gevolg. De volgende stap is het uitbrengen van een beroep op kandidaat P.H. van der Laan. Deze neemt op 25 november 1977 het beroep aan en wordt op 5 februari 1978 als eerste predikant aan de kerk van Lelystad verbonden.
Onder Gods zegen groeit de jonge gemeente voorspoedig, ondanks de zware taak die haar bij de kerksplitsing is opgedragen, namelijk bearbeiding van het gebied Zuidelijk-Flevoland, een 43.000 hectare groot gebied waar volop bouw activiteiten plaatsvinden.

In 1980, twee jaar na intrede, moet Lelystad haar predikant afstaan ten behoeve van het evangelisatiewerk in België. Maar God geeft in Zijn genade deze jonge kleine kerk met haar veelomvattende maar mooie opdracht op 11 januari 1981 een nieuwe herder en leraar. Kandidaat P.M. de Wit doet zijn intrede en mag als onderherder van Christus mee arbeiden aan de kerk in Flevoland.

Na een aarzelend begin vestigen zich in het jongste polderland de eerste kerkleden. Het kerkelijk opbouwwerk, in de Noord-Oostpolder begonnen, mag onder ’s Heeren zegen goede voortgang hebben.

Gods zegen is ook zichtbaar in het feit dat binnen de grenzen van de kerkelijke gemeente Lelystad op 4 januari 1982 een eigen kleuterschool mag worden gestart. Op 16 september van ditzelfde jaar wordt deze uitgebreid met een lagere school.
Op 4 april 1982 worden de eerste kerkdiensten belegd in Almere-Stad, ten behoeve van de kerkleden in Zuidelijk-Flevoland.
In het kader van de opdracht om zo spoedig mogelijk te komen tot een zelfstandig kerkelijk leven in de jongste polder, wordt op 4 september de wijkraad Zuidelijk-Flevoland ingesteld. Het kerkwerk wordt zo gebracht op de plaats waar straks het eigen kerkelijk reilen en zeilen moet plaatsvinden. Dit werk mondt uit in het principe-besluit van 18 september 1985 om te komen tot instituering van de zelfstandige kerk Almere-Zeewolde op 1 januari 1986.
Dit principe besluit mocht door Gods genade metterdaad worden omgezet in een definitief besluit. Op de kerkeraadsvergadering van 23 december 1985 wordt te Lelystad de akte van kerksplitsing getekend.

Het kerkbootje Almere-Zeewolde wordt per 1 januari 1986 losgekoppeld van het moederschip Lelystad. De kerk van Lelystad zag haar werk door God rijk gezegend en bekroond worden in de Eredienst op Nieuwjaarsdag 1986 te Almere-Zeewolde. In deze dienst mocht voorgaan de nestor-polderpredikant dominee C.G. Bos.
Moge onder de zegen van onze Hemelse Vader het kerkvergaderend werk van Jezus Christus goede voortgang hebben in de nieuwe provincie Flevoland. In het jaar 1986 nam ds. P.M. de Wit een beroep aan naar de kerk van Bergentheim en nam in september afscheid van onze gemeente. Ruim een jaar later in oktober 1987 kregen we in ds. A. de Ruiter weer opnieuw een eigen predikant. Hij nam in 1990 voor een jaar de taak van legerpredikant op zich. Hij mocht onze gemeente dienen tot 1995 om daarna verder te werken in de kerk te Enkhuizen met als bijzondere taak voor de evangelisatie in Noord Holland. Nog in het zelfde jaar 1995 deed ds. C.J. Harryvan zijn intrede in november.

In 1988 kwam er een einde aan de vele ergernissen van ons oude orgel en werd ons nieuwe orgel in gebruik genomen. Met dit orgel bewijzen de organisten nog elke zondag hun goede diensten in het begeleiden van de gemeentezang.
Veel tijd en aandacht wordt er op dit moment besteed aan de mogelijkheden om te komen tot de bouw van een nieuw kerkgebouw. Al een aantal jaren houden wij op zondagmorgen dubbele diensten en wijken wij bij bijzondere gelegenheden uit naar een ander gebouw.

Het kerkelijk jaarboekje van 1977 bevat 38 adressen op een totaal zielental van 143. Van de namen die in dat boekje voorkomen treffen we in ons huidige boekje er nog 15 aan. Dat zijn de families : Alderliesten, Baburek, Berghegen, de Graaf, Haga, Hartman, v.d Molen, Pastoor, Roos jr., Slager , Steenbergen, Timmermans, (A) de Vries, Winter en Voerman.
Onze gemeente is steeds een gemeente geweest waar meestal jonge gezinnen binnen kwamen maar waar na verloop van tijd toch ook weer veel gezinnen vertrokken om zeer verschillende reden. Toch mocht onze gemeente uitgroeien naar een middel grote gemeente.

Hierbij een korte statistiek van het ledental:
- oktober 1980 277
- oktober 1985 453
- oktober 1990 435 (na zelfstandig worden op 1-1-1986 van Almere / Zeewolde)
- oktober 1995 390
- oktober 2000 466
- oktober 2001 483

Op ons kerkgebouw staat vanaf het begin de naam “KANDELAAR’ De naam van de kerk is gekozen uit meerder namen die genoemd zijn op een gemeente vergadering. Nadat de kerkenraad eenmaal voor deze naam had gekozen werd de naam aangebracht door (een) broer(s) van Aafke Voerman. De gekozen naam is te vinden in de Bijbel. We lezen in de Openbaring van Johannes, dat de ware gemeente wordt voorgesteld als een kandelaar. Deze kandelaar moet een lichtbaken zijn voor een ieder die Jezus Christus zoekt. Geve de Here dat onze gemeente nog veel licht uit Gods Woord mag laten schijnen in een samenleving waar dat licht steeds meer wordt gedoofd.