1 Tim. 3: 8-13 ‘Evenzo moeten de diakenen eerzaam zijn, niet met twee tongen sprekende, niet verzot op veel wijn, niet op winstbejag uit, maar het geheimenis des geloofs bewarend in een rein geweten. Laten ook deze eerst een proeftijd doormaken, om daarna, als er geen klachten zijn, hun dienst te vervullen. Evenzo moeten (hun) vrouwen zijn: eerzaam, geen kwaadsprekers, nuchter, betrouwbaar in alles. Diakenen moeten mannen zijn van één vrouw, hun kinderen en hun eigen huis goed bestieren. Want zij, die hun dienst goed hebben vervuld, verwerven zich een ereplaats en veel vrijmoedigheid om te spreken door het geloof in Jezus Christus.’