In het huisbezoek komen de ambtsdragers naar de gemeenteleden toe.
Wat is huisbezoek?, Wat zijn ambtsdragers (ouderlingen in dit geval). Ambtsdragers zijn door Christus aan de gemeente gegeven: "Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus" Efeze 4:11‑12.
Dit is een belangrijk punt. We mogen dat nooit uit het oog verliezen. Ambtsdragers komen in opdracht van Christus, niet uit zich zelf. De ambtsdragers moeten zich dat ook goed bewust zijn. Ze staan in dienst van de gemeente. Dienaren Gods, die Zijn wil moeten doorgeven. Dat bepaalt de positie van de ambtsdragers in de gemeente, dat geeft ook het gezag aan. Het zijn geen bestuursleden die als zodanig ter verantwoording kunnen worden geroepen. Zij zijn verantwoording schuldig aan de Here, lees maar Hebr. 13:17.
Christus stelt herders aan om in zijn naam de schapen, de kudde te weiden. "Hoedt de Kudde Gods, die bij u is" (1 Petrus 5:1‑3), als voorbeelden! Dat is een opdracht.
In het bevestigingsformulier staat het zo: In de eerste plaats zien zij er op toe dat elk lid van de gemeente zich in belijdenis en wandel gedraagt naar het evangelie. Zij bezoeken trouw de leden van Christus' gemeente, om hen met het Woord van God te vertroosten, te vermanen en te onderwijzen. Zij wijzen hen die zich in leer en leven misgaan, terecht en dragen er naar vermogen zorg voor, dat de sacramenten niet ontheiligd worden.
Over hen die zich volharden in hun zonden, oefenen zij de christelijke tucht. Vertroosten, vermanen, onderwijzen, dat is de taak van de ouderlingen.
Ze moeten als herders helpen om in elk opzicht te wandelen als kinderen Gods, 1 Thess. 2:11‑12. Juist in het huisbezoek komt die taak sterk naar voren! De ouderlingen komen bij de mensen thuis, midden in hun dagelijkse leven. Want de dienst aan de Here is een zaak van het gehele leven! Het is ambtelijke zorg, toegespitst op het individuele kerklid. Gods bijzondere zorg in het Verbond. Opbouw van het leven.
Het leven uit en door de Geest, dat moet in het huisbezoek de aandacht krijgen (Rom. 8:1‑17, Gal. 5:13‑26). De ouderlingen komen in het huisbezoek ook met de bediening van het Woord! Het Woord met belofte en eis.
Wie is Christus voor ons in ons leven, en wie zijn wij voor Christus? En het Woord heeft macht, broeders en zusters. Het is de sleutelmacht van de kerk, door Christus gegeven. De prediking van het Woord opent het hemelrijk! Daarin ligt ook het ambtelijke gezag. Omdat de ouderling komt met het Woord.
Hoe huisbezoek?
De ouderlingen zullen als regel een huisbezoek beginnen met gebed en daarna een gedeelte uit de bijbel lezen. Het huisbezoek is geen persoonlijke zaak; de Bijbel, Gods Woord, geeft aan wat de grond van het gesprek is, waar de opdracht vandaan komt, waar het gezag ligt. Op het huisbezoek komen ook altijd twee ouderlingen. Waarom? Dat onderstreept het ambtelijke karakter. Het toezicht op en de zorg voor de gemeente is geen zaak van een ouderling, maar een zaak van de kerkenraad! De ouderlingen worden op deze wijze bewaard voor eigenmachtig optreden.
En, in de mond van 2 of 3 getuigen staat een zaak vast.
Dat is van belang bij rapportering aan de kerkenraad. Het rapporteren gebeurt sober. Alleen die dingen moeten worden vermeld, die de kerkenraad moet weten. De ambtelijke zorg komt ook heel duidelijk uit in het dankgebed aan het einde van het huisbezoek, waarin de ouderling de kerkleden opdraagt aan de Here.
Huisbezoek, het wordt nogal eens ervaren als erg officieel en vormelijk, opgelegd, waarbij je jezelf niet bent. En het is officieel! Want vergeet niet: Christus komt in de gezinnen,
via de ambtsdragers. Dat is niet zomaar iets. We moeten ons dat terdege bewust zijn:
• als leden die huisbezoek ontvangen en
• als ambtsdragers die huisbezoek brengen.
Huisbezoek brengen is voor de ouderlingen een verantwoordelijke taak.
Dat zet wel een stempel op het bezoek, maar hoeft niet krampachtig te zijn. Om goed huisbezoek te kunnen brengen moet de ouderling de leden kennen.
Daarom proberen de ouderlingen ook vaker dan alleen voor het huisbezoek bij de gemeenteleden aan huis te komen! Zo is er ook een beter kennen van elkaar. Dan is het ook zinvol te praten over het leven met de Here. De ouderling moet vooral kunnen luisteren! En bij ons allen moet er de bereidheid zijn om te praten over ons leven met de Here.
Als we als leden ergens mee zitten, gaan we dan zelf ook naar de ouderlingen toe? Er moet dan wel vertrouwen zijn. En dat moeten de ouderlingen zich waard tonen! We mogen blij zijn met het huisbezoek en er dankbaar gebruik van maken!
Er kan gesproken worden over de dagelijkse dingen van het leven. Want juist daarin moet ons "kind van de Here" uitkomen. Het is waard er samen over te praten, Het zou een verarming zijn als we het zouden moeten missen. We moeten ons allen bewust zijn van de betekenis ervan. We moeten zoeken naar de beste werkwijze.