
WERKDOCUMENT: Kerk in Uitvoering
Uitwerking van de visie op het gemeenteleven van de Lichtbron, de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Lelystad.
Gemaakt door de kerkenraad in overleg met de gemeente. Gecoördineerd door de coachgroep visievorming.
Lelystad, mei 2007
Downloaden Werkdocument visie
Naar visiedocument >
INLEIDING
De kerkenraad biedt u hierbij het zogenaamde ‘Werkdocument’ bij de visie aan. De visie van de Lichtbron is uitgewerkt in twee documenten. Het eerste document omschrijft de visie en omvat vooral de hoofdlijnen >. De inhoud ervan staat vast. Het tweede document is het werkdocument bij de visie en bevat een uitwerking in details. De inhoud ervan kan indien nodig aangepast en gewijzigd worden in de loop van de tijd.
Dit werkdocument heeft als titel meegekregen ‘Kerk in uitvoering’. Deze titel is een knipoog naar het welbekende ‘Werk in uitvoering’, een bord wat nogal eens bij wegwerkzaamheden staat. In Lelystad zijn er het laatste jaar veel wegwerkzaamheden geweest. Diverse dreven kregen een nieuwe bestrating, soms werden hele stukken weg opnieuw aangelegd. Deze wegwerkzaamheden werden verricht met het oog op een verdere groei van de stad, soms ook omdat er herstel nodig was van het kapotte wegdek.
De woorden vernieuwing, groei en herstel zijn ook van toepassing als het om ons geloof in Christus gaat. Christus vernieuwt en bouwt continu aan een grote toekomst. Dit werkdocument wil heel graag dienstbaar zijn aan het werk van Christus. De activiteiten van commissie en werkgroepen zijn gericht op groei en vernieuwing van gemeenteleden persoonlijk. Maar ook om door Zijn kracht te groeien in onderlinge verbondenheid en in betrokkenheid op de wereld. Het is de wens en bede van de kerkenraad dat dit document concrete handvatten mag geven aan gemeenteleden om daar, individueel en gezamenlijk vorm aan te geven. In het motto van de visie is dit als volgt samengevat: ‘In Christus, onderling verbonden, betrokken op de wereld.’
Lelystad, mei 2007
De kerkenraad
Inhoudsopgave
1. WERKGROEP EREDIENST
2. GEMEENTEGROEPEN
3. LICHTBRON ALS ONTMOETINGSPLEK INTERN EN EXTERN
4. HULPSTRUCTUREN INTERN EN EXTERN
5. EMMAÜSCURSUS
6. JEUGDWERK
7. BEHEER
8. AMBTELIJKE WERK
1. WERKGROEP EREDIENST
1.1 Omschrijving/samenstelling
De zondagse eredienst neemt een centrale plaats in binnen ons christen zijn. Het is een ontmoeting van God met zijn gemeente. Hij roept ons op om naar Hem te luisteren en samen onze afhankelijkheid van Hem te belijden in alles wat we zijn, hebben en doen. We geven Hem alle eer en belijden onze schuld. Om ervoor te zorgen dat alle aspecten die in de erediensten naar voren (behoren) te komen wordt een “werkgroep eredienst” ingesteld die tezamen met onze predikant vorm zal geven aan de diensten.
Bij de samenstelling van de werkgroep kan rekening worden gehouden met de commissies die zich tot nu toe bezig houden met aspecten in en rond de verschillende erediensten: Liturgiecommissie, muziekcoördinator, werkgroep Kikker, EC en Jeugdraad. Uiteraard kunnen er ad hoc anderen worden ingeschakeld.
Een directe rol met betrekking tot de invulling van de erediensten komt voor deze commissies te vervallen. De liturgiecommissie kan dus direct worden opgeheven.
1.2 Doel
De werkgroep heeft ten doel alle diensten belangwekkend te maken voor leden en belangstellenden (“inclusieve diensten”). De eer van God staat centraal.
Er worden gemeenteleden (benutten van gaven) ingeschakeld bij het voorbereiden van de diensten, maar ook om een rol te vervullen tijdens de diensten. Hierbij kan gedacht worden aan: muziek (instrumentaal en zang), drama (bijvoorbeeld mime), bijbellezen en bidden.
1.3 Activiteiten
De werkgroep houdt zich in nauwe samenspraak met de predikant bezig met:
• Het maken van een jaarplanning zodat er door het jaar heen een evenwichtige verdeling is met betrekking tot diensten met een speciaal karakter. Hierbij kan naast avondmaaldiensten gedacht worden aan themadiensten ten aanzien van lof, boetvaardigheid en nederigheid, dankbaarheid, enz. Het is niet de bedoeling dat de jaarplanning een aaneenschakeling wordt van bijzondere diensten.
• Het inbedden in diensten van aandacht op verschillende doelgroepen. Er kan gedacht worden aan jonge kinderen, jeugd, ouderen enz. Ondanks de aandacht voor deze doelgroepen zijn de diensten primair voor alle aanwezigen bedoeld. Er zullen dus in iedere dienst elementen aanwezig moeten zijn die gericht zijn op de overige bezoekers (buiten de doelgroep).
• Het voorbereiden van gastendiensten. Hoewel inclusieve diensten in iedere dienst aandacht behoren te krijgen zullen er regelmatig speciale gastendiensten worden georganiseerd voor mensen die in het geheel niet gewend zijn om in een kerk te komen.
• Met de (gast)predikant bespreken of er actuele zaken zijn die aandacht verdienen: wat leeft er in de gemeente, een bijzondere omstandigheid of gebeurtenis in de wereld, enz.
• Het doen van voorstellen voor nieuwe liturgische elementen, zoals onderbreken van de diensten voor interactieve momenten.
• Het evalueren van de verschillende aspecten binnen de erediensten, waarbij de gemeente gevraagd wordt om input.
• Communicatie:
o Het verzorgen de communicatie met de gemeente ten aanzien van de erediensten
o Het verzorgen van uitnodigingen e.d. bij gastendiensten.
1.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De kerkenraad is eindverantwoordelijk voor de invulling van de eredienst. Voor de vorming van de werkgroep dient door de kerkenraad een voorzitter te worden benoemd die de nieuwe werkgroep zal vormgeven. De kerkenraad dient vooraf de handelingsvrijheid (o.a. in relatie tot de predikant, en publicitaire aspecten) van de werkgroep te beschrijven
Verder dient het CBZ betrokken te worden in verband met de door haar te verzorgen voorzieningen in de diensten en zal een budget vrijgemaakt moeten worden voor de noodzakelijk te maken kosten.
1.5 Randvoorwaarden
• Het is belangrijk om nauw overleg te hebben met de predikant. Verder zal er een balans gevonden moeten worden tussen de diverse vormen en bijdragen die gedragen wordt door de gemeente.
• Het verzorgen en bewaken van de interne en externe communicatie.
• De werkgroep wordt aanbevolen gebruik te maken van ervaringen van andere kerken bij het invullen van de diensten.
1.6 Tijdspad
• Vorming: van september tot december 2007.
• Beschrijving verantwoordelijkheden en budget van september tot december 2007.
• Start werkzaamheden: vanaf voorjaar 2008.
• Werken met jaarplan vanaf 2009.
Naar boven
2. GEMEENTEGROEPEN
2.1 Omschrijving/samenstelling
Gemeentegroepen zijn groepen waarin 8 – 12 gemeenteleden periodiek samenkomen en niet-gemeenteleden opgenomen kunnen worden Alle gemeenteleden maken (uiteindelijk) deel uit van een groep.
We streven naar een geleidelijke invoering, waarbij vooralsnog aansluiting wordt gezocht bij de huidige structuren zoals de bijbelstudieverenigingen en wijkkringen.
2.2 Doel
In gemeentegroepen wordt structuur gegeven aan het onderling pastoraat en diaconaat. De onderlinge saamhorigheid en dienstbaarheid worden er door bevorderd. De hulp aan niet-christenen wordt er ook bevorderd. De gemeentegroepen kunnen mogelijk een veilige plaats bieden aan hen.
De gemeentegroep is gericht op groei:
• In geloof, inclusief ‘praktisch geloof’.
o Jezus Christus staat hierbij centraal.
o Samen God zoeken en leren uit Zijn Woord.
• In gemeenschap en onderlinge liefde
o Door een band op te bouwen
o Door zorg en aandacht voor elkaar te hebben (ook praktisch)
o Door elkaar bemoedigen.
• In aantal deelnemers en in externe gerichtheid
o Door een open pastorale en daadwerkelijk diaconale houding naar de omgeving
o ‘Lege stoel’ voor gasten van binnen of buiten de kerk
2.3 Activiteiten
• Bijbelstudie en bezinning
• Onderling meeleven
o door “rondje christenzijn”
o waarmee zijn we blij en waarmee zijn we verdrietig?
o afspraken over bezoeken / extra aandacht (zieken, alleengaanden, …)
• Externe gerichtheid
o Bezoek, uitnodiging voor groep of bepaalde activiteiten
• Gezamenlijk gebed
2.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De kerkenraad zoekt kringleiders die fungeren als samenroeper, gespreksleider en stimulator van de groep. We verwachten van elkaar deelname, de kerkenraad stimuleert daartoe. De kerkenraad kan inhoudelijk leiding geven aan de groepen, bijvoorbeeld over de inhoudelijke thema’s.
2.5 Randvoorwaarden
Goede voorbereiding. De kerkenraad heeft daarover een aantal besluiten genomen:
1. Tijdens wijkavonden in december 2006 zijn de visieplannen besproken van de kerkenraad. Er bleken verschillen in gevoelens hierover. De kerkenraad wil hiermee rekening houden tijdens de invoering. Alle stappen zullen daarom goed worden voorbereid en pas genomen worden wanneer er een brede instemming binnen de gemeente is.
2. In seizoen 2007/2008 zal nog niet gestart worden met de vorming van gemeentegroepen, behalve wellicht in de vorm van een proef.
Voor de bewustwording en de voorbereiding zijn de volgende activiteiten voorzien:
1. Voorbereidende activiteiten
• Verder ontwikkelen van visie op:
• Gemeentegroepen zoals doelstellingen, de samenstelling en de grootte ervan. Verder wanneer en hoe de samenstelling gewijzigd kan worden.
• Het opzetten van een structuur voor opleiding en coaching van kringleiders.
• Verdeling onder ambtsdragers en mogelijke gevolgen voor ambtsinvulling ouderlingen en diakenen.
• Het openstaan voor niet-christenen.
• Vaststelling voorlopige visie op gemeentegroepen door kerkenraad.
• Bespreking met de gemeente.
• Definitieve vaststelling visie op gemeentegroepen door kerkenraad.
2. Uitvoerende activiteiten
• Project ‘gemeente-zijn’: drie themadiensten plus verwerking in wijkavonden. Onderwerpen: ‘De gemeente:Gelovig en eensgezind’, ‘De gemeente: Iedereen draagt z’n steentje bij’, ‘De ambtsdrager en de gemeente’.
• Kringleiders zoeken en een structuur opzetten om hen op te leiden en te coachen.
2.6 Tijdspad
• Themadiensten en wijkavonden ‘gemeente-zijn’ in najaar 2007.
• Verdere ontwikkeling visie op gemeentegroepen: vanaf najaar 2007.
o Voorlopige vaststelling visie door de kerkenraad: begin 2008.
o Daarna bespreking met de gemeente.
o Definitieve vaststelling visie door kerkenraad.
• Daarna zoeken kringleiders: vanaf voorjaar 2008.
• Opzetten structuur voor opleiden en coachen kringleiders: vanaf medio 2008.
• Vorming eerste kringen uit huidige structuren: vanaf najaar 2008 of eerder indien mogelijk.
• Stimuleren gemeente om aan te sluiten bij een groep: vanaf medio 2009.
• Definitief invoeren: vanaf medio 2010.
Naar boven
3. LICHTBRON ALS ONTMOETINGSPLEK INTERN EN EXTERN
3.1 Omschrijving/samenstelling
De Lichtbron is het centrale gebouw in onze gemeente. Om het gebouw behalve op zondag ook op de andere dagen in de week een duidelijke plaats te geven streven we er naar het gebouw een ontmoetingsplek te laten worden.
3.2 Doel
Het bevorderen van de Lichtbron als ontmoetingsplek voor gemeenteleden en niet-gemeenteleden.
Door het organiseren van activiteiten dient de Lichtbron de vanzelfsprekende plaats te worden van persoonlijke ontmoetingen.
3.3 Activiteiten
• Lichtbron op bepaalde dagen openen voor ontmoeting van gemeenteleden en mensen van buiten de gemeente. Naast een kopje koffie of thee, kun je aan deze ontmoetingen bepaalde (kleinschalige) activiteiten verbinden als gezamenlijk eten, voorleessessies, korte verhalen of workshops, lezingen en cursussen. Eén en ander is afhankelijk van deelname, behoefte en praktische aspecten.
• Activiteiten als Lentefair, najaarsmarkt, concerten, (gospel)band) enz. zijn niet primair op ontmoeting gericht, maar kunnen die wel bevorderen.
• Ook activiteiten van andere commissies en werkgroepen zoals de Evangelisatiecommissie en 'Hulpstructuren voor interne en externe hulp' (zie hoofdstuk 4) zijn hier goed aan te koppelen.
• Als er behoefte is aan een luisterend oor, persoonlijk gesprek en gebed, zou de Lichtbron daar zo mogelijk ruimte voor moeten bieden.
• Het zou fijn zijn als er in de Lichtbron goede op de doelgroepen toegesneden laagdrempelige informatie in foldervorm beschikbaar zou komen.
Zie voor een uitgebreidere opsomming van mogelijkheden het rapport van de werkgroep “Gebruik Nieuwe Kerkgebouw”.
3.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De verschillende doelen moeten worden bewaakt en wellicht gestimuleerd. Hiertoe kan een coördinator of een coördinatiegroep worden aangesteld die in samenspraak met bijvoorbeeld de diaconie of sooscommissie plannen maakt en stimuleert of zelf initieert. De coördinator(groep) fungeert als aanspreekpunt. Voor de uitvoering kunnen wijken of in de toekomst groepen worden ingeschakeld. Bevoegdheden van de coördinatorgroep dienen nader omschreven te worden evenals de rol t.o.v de kosters.
3.5 Randvoorwaarden
• Overleg en afstemming met de kosters en met de Commissie van Beheer.
• Beschikbaarheid van de juiste mensen
• Betrokkenheid van gemeenteleden die mensen die zij kennen uitnodigen
• Publiciteit: uitnodigingen in buurthuizen en andere locaties, persberichtjes, pauwenburg.nl, enz.
• Budget. De hoogte hangt af van de activiteiten. Bij het maken van de plannen zullen daarom de kosten worden meebegroot.
3.6 Tijdspad
• September 2007 aanstelling van een coördinator(groep) aangesteld. In eerste instantie gaat deze nadenken over de organisatie en randvoorwaarden.
• Vanaf eind 2007 worden plannen geinitieerd en gestimuleerd.
• Een eerste activiteit zal zo mogelijk in het voorjaar van 2008 worden georganiseerd.
Naar boven
4. HULPSTRUCTUREN INTERN EN EXTERN
4.1 Omschrijving/samenstelling
Instellen van één of meer steunpunten (of een andere organisatievorm) op het gebied van ontvangen en geven van hulp.
4.2 Doel
• Versterken van de interne en externe diaconale houding van de gemeente(leden), van hulp vragen en hulp geven
• Ondersteunen van vrijwilligerswerk en mantelzorg, zowel bestaand als nieuw
• Daadwerkelijk hulp aan mensen die dat nodig hebben.
4.3 Activiteiten
Het gaat om diverse werkzaamheden die door één of meer steunpunten of een andere organisatievorm kunnen worden verzorgd.
4.3.1 Vrijwilligerswerk en mantelzorg
Gemeenteleden zijn nu actief als vrijwilliger in een maatschappelijke organisatie of als mantelzorger binnen familiekring of daarbuiten. Binnen de gemeente zijn te noemen het Interkerkelijk Diakonaal Overleg (IDO), de Stichting Tsjernobylkinderen en de Voedselbank. Als gemeente zijn we weinig actief in het moreel en daadwerkelijk ondersteunen van deze groep gemeenteleden. In het licht hiervan zijn de beoogde activiteiten:
• Enthousiasmeren: werken aan bewustwording: het is nodig als christenen daadwerkelijk mensen om je heen behulpzaam te zijn en het is nodig de mooie kanten er aan te zien.
• Inventariseren: wat is er nu aan vrijwilligerswerk en mantelzorg in de gemeente gaande? Waar is behoefte aan? Welke organisaties bieden de mogelijkheid van vrijwilligerswerk?
• Informeren: zicht op de noodzaak en de praktische mogelijkheden; eveneens zicht op financiële, fiscale en andere aspecten; informatie over relevante instellingen.
• Faciliteren: hulp bij je aanmelden, bemiddelen bij cursussen enz.
• Verwijzen: het steunpunt kan verwijzen naar andere instellingen die mensen kunnen helpen.
Ondersteunen en bezinning: gesprekspunt voor moeilijkheden in je vrijwilligerswerk (hoe ben je christen op die werkplek; of hoe ben je een goede vrijwilliger; dus een terugvalfunctie). Ook in de gemeentegroepen mogen we hierin met elkaar meeleven.
4.3.2 De weg wijzen
Gemeenteleden en anderen die deels afhankelijk zijn van steun door een hulporganisatie, gemeente, vrijwilligers of mantelzorgers, helpen de weg te vinden in de complexe wereld van steunaanvragen
4.3.3 Daadwerkelijke hulp
Daadwerkelijke hulp bieden aan mensen die dat niet zelf kunnen organiseren of betalen. Te denken valt aan het bevorderen van de oprichting van een stichting Present. Stichting Present is een landelijke organisatie voor het bieden van hulp (klussen) aan mensen die het zelf niet (meer) kunnen betalen of uitvoeren. De stichting ondersteunt initiatieven voor lokale stichtingen.
4.3.4 Maatschappelijke rol van de gemeente(leden)
Bezinnen en inspelen op de mogelijkheden van maatschappelijke ontwikkelingen. Een voorbeeld is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) die sinds 1 januari 2007 van kracht is. Deze stimuleert kerken een bijdrage te leveren aan het bestrijden van noodsituaties. Welke maatschappelijke rol willen we als gemeente spelen en hoe willen wij dat oppakken?
In dit licht zijn de beoogde activiteiten:
• kennis opbouwen over maatschappelijke ontwikkelingen als de WMO en aanverwante wetgeving en verordening
• bezinning en onderzoek naar de mogelijkheid en wenselijkheid van een maatschappelijke rol van de kerken
• daarna eventueel: vormgeven van een maatschappelijke rol van de kerken en het daadwerkelijk leveren van een bijdrage aan het bestrijden van noodsituaties, binnen of buiten de WMO om.
4.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De diaconie coördineert de (start)werkzaamheden. Gemeenteleden voeren deze zo mogelijk uit.
4.5 Randvoorwaarden
Optimaal aansluiten bij bestaande organisaties als het Pluspunt Vrijwilligerswerk en het Regiosteunpunt Mantelzorg. Van op te richten hulpstructuren moet de financiering (w.o. gemeentelijke subsidiëring) gezond zijn, menskracht beschikbaar en de behoefte aanwijsbaar.
4.6 Tijdspad
In het seizoen 2007-2008 onderzoeken van de mogelijkheden in overleg met de diaconieën van andere kerken. Het accent zal in eerste instantie kunnen liggen op dat wat voor de huidige taken van de diaconie een welkome ondersteuning is. Daarna, afhankelijk van de uitkomsten kan een begin worden gemaakt met de uitvoering. Of dat direct daarna zal zijn, hangt ook af van de beschikbare menskracht voor deze en andere activiteiten.
Naar boven
5. EMMAÜSCURSUS
5.1 Omschrijving/samenstelling
De Emmaüscursus zou je kunnen zien als een cursus evangeliseren. “Emmaüs-de weg van het geloof” is een pakket (studie)materiaal bedoeld om gemeenten en christenen te helpen met het leggen van contacten met mensen buiten de kerk en het begeleiden van hen die op zoek zijn naar het geloof. Ook kan het gebruikt worden om christenen tot groei en verdieping van het geloof te brengen. Emmaüs biedt werkmateriaal voor 3 fasen:
1. Contact (over contact leggen en houden met niet-christenen). Dit is een cursus van 4 avonden, bedoelt om gemeentebreed te volgen.
2. Op weg (kennismaken met de inhoud van het geloof). Een cursus van 4 avonden.
3. Onderweg (over het leven als christen).
Emmaüs werkt met modules. Je kunt starten en stoppen wanneer dat uitkomt. De beste manier om dit traject te doorlopen is die van gemeentegroepen
5.2 Doel
• Binnen de gemeente leren waarom te evangeliseren en hoe contacten te leggen (Fase 1)
• Samen met niet-christenen de basis van het geloof leren. Uitdragen van wat geloof betekent (Fase 2).
• Verder verdiepen (Fase 3). Dit is een vervolg op Fase 2 en het is erop gericht om christenen ‘hun roeping te laten ontdekken’.
• Een basiscursus voor toetreders aanbieden binnen onze gemeente. Regelmatig worden er op individuele basis cursussen gegeven aan gastleden of niet-christelijke familieleden van gemeenteleden. De Emmaüscursus kan dienen als een kennismakingscursus met het christelijk geloof.
5.3 Activiteiten
• De evangelisatiecommissie werkt de plannen verder uit.
• Er worden gespreksleiders gezocht voor de eerste Fase 2 cursus.
• De eerste Fase 2 cursus wordt gegeven.
• Voorbereidingen worden getroffen voor Fase 1.
• Gemeentebreed wordt de Emmaüscursus volgens Fase 1 gevolgd.
• Gespreksleiders worden gezocht om meer cursussen uit Fase 2 te geven.
• Voorbereidingen worden getroffen voor Fase 3 en vervolgens uitgevoerd.
5.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
• Kerkenraad stimuleert evangelisatie activiteiten.
• De evangelisatiecommissie coördineert de cursus en benoemt daarvoor een coördinator.
5.5 Randvoorwaarden
• Momenteel worden er op individuele basis toetrederscursussen gegeven in onze kerk. Er is best wel enige urgentie om op structurele basis cursusmogelijkheden te hebben voor gastleden of familieleden van kerkleden met een niet- of weinig christelijke achtergrond.
• Kosten Emmaüsmateriaal begroten.
5.6 Tijdspad
• Een eerste cursus starten: in najaar 2007, vervolgens ieder jaar.
• Fase 1: in najaar 2008.
• Visie ontwikkelen hoe verder in te passen in structuur en uit te breiden: in voorjaar 2009.
• Leiderscursus Emmaüs: in najaar 2009.
• Inbedden in structuur: medio 2010.
Naar boven
6. JEUGDWERK
6.1 Omschrijving/samenstelling
Hoewel de jeugd geen aparte positie inneemt binnen onze gemeente, ze is evenals alle andere leeftijdsgroepen onderdeel van de gemeente, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de jeugd zich thuis weet en voelt in de gemeente. Specifieke aandacht is dus op z’n plaats. Om ervoor te zorgen dat de jeugd de benodigde aandacht krijgt, wordt door de jeugdraad op basis van de visie die nu voor de hele gemeente is vastgesteld een jeugd-visie-document geschreven. Er liggen al diverse (jeugd-visie)documenten klaar die als input kunnen dienen maar die geschreven zijn voordat de huidige gemeente-visie tot stand kwam. Deze documenten moeten worden bewerkt waardoor een jeugd-visie-document ontstaat die naadloos aansluit op de gemeente-visie. Hierin moet bijvoorbeeld worden beschreven op welke wijze de jeugd een plaats heeft binnen in de gemeente-visie beschreven structuren, zoals gemeentegroepen.
De jeugdraad bestaat uit de door de kerkenraad aangestelde jeugdwerkers, aangevuld met jeugdleden en twee kerkenraadsleden. Definitieve samenstelling moet nog worden vastgesteld.
6.2 Doel
Jeugdbeleid moet nog definitief worden geformuleerd, Dit zal worden gedaan binnen de volgende kaders:
• De jeugd is een aparte groep, maar binnen het geheel van de gemeente
• De jeugd is nog onderweg naar volwassenheid, maar nu al waardevol voor God en zijn gemeente
• Leer ze volwassen worden – laat ze jeugd zijn
6.3 Activiteiten
• Uitwerken jeugdbeleid in aansluiting op de gemeentevisie.
6.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
• De kerkenraad bewaakt de voortgang.
• De jeugdraad is verantwoordelijk voor het vaststellen en uitvoeren van het jeugdbeleid.
6.5 Randvoorwaarden
• Formuleren jeugdbeleid.
6.6 Tijdspad
• Formuleren jeugdbeleid starten in najaar 2007. Uit het jeugdbeleid volgt een nader tijdspad.
Naar boven
7. BEHEER
7.1 Inleiding
De visie heeft gevolgen voor het commissiewerk. Er zullen commissies worden opgeheven en er zullen nieuwe worden gevormd. Dit maakt het noodzakelijk om na te gaan hoe de aansturing van commissies en werkgroepen het beste kan verlopen. De kerkenraad heeft inmiddels al een eerste voorstel besproken, de afronding ervan zal plaatsvonden na presentatie van de visie aan de gemeente. Om deze reden vermelden we op deze pagina alleen het voornemen tot uitwerking ervan en nog niet het resultaat ervan.
7.2 Doel
• Herzien van aansturing commissies en werkgroepen.
7.3 Activiteiten
• Uitwerken varianten beheer door coachgroep visievorming.
• Bespreken en vaststelling door de kerkenraad.
7.4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
• Moderamen bewaakt de voortgang.
• Coachgroep visievorming zorgt voor een plan.
• Kerkenraad stelt de beheersstructuur vast.
7.5 Randvoorwaarden
7.6 Tijdspad
• Uitwerking door coachgroep in juni 2007.
• Bespreking en vaststelling door kerkenraad in september 2007.
Naar boven
8. AMBTELIJKE WERK
De beoogde effecten van de nieuwe structuur komen overeen met de beoogde effecten van het ambtelijk werk. Dat geldt zowel voor de pastorale als voor de diaconale aspecten van het ambtelijk werk. Daarom mag verwacht althans gehoopt worden dat de intensiteit van dat werk kan verminderen. De gemeentegroepen, de werkgroep eredienst en de hulpstructuren nemen een deel van het werk van de ambtsdragers over.
Concreet kan één en ander betekenen:
• minder één-op-één-(huis)bezoeken; hopelijk minder acute probleemsituaties; meer stimuleren en ondersteunen van groepen; meer terugkoppeling van uit de groepen (signaalfunctie kleine groepen);
• meer gelegenheid voor bijbelstudie en andere gewone gemeentedingen (nl. in deze groepen)
• voor diakenen meer opbouw van kennis en deskundigheid en daardoor een versterking van het structurele hulpaanbod.
Een optimale werkverdeling van ouderlingen en diakenen kan dit nog versterken. Ouderlingen kunnen de primaire signaalfunctie van de diakenen overnemen, zonder dat hun werkbelasting vergroot. Diakenen kunnen mede daardoor een evenwichtiger werkbelasting verwachten. Het totaal aantal ambtsdragers kan daardoor kleiner worden, waardoor meer menskracht voor ander werk in en buiten de gemeente beschikbaar blijft.
Een deel van de gemeente zal ook in dit scenario niet actief participeren. Gemeentegroepen kunnen zelf naar deze gemeenteleden omzien, zie hoofdstuk 2. Voor deze groep blijft het traditionele ambtswerk (één op één) min of meer nodig, in aanvulling op het werk van de groepen.
Naar boven