Vasten - leren van Calvijn

VASTEN

‘Eén op de twintig Nederlanders vast in de veertig-dagen-tijd’. Dat was nieuws, half februari, toen volgens de klassieke kerkelijke kalender de vastentijd begon. Eén op de twintig, dat is dertig op de zeshonderd - zou onze gemeente onder of boven dit gemiddelde zitten?
Vasten is een vorm waar velen van ons waarschijnlijk niet mee opgegroeid zijn. Ik leerde vroeger dat het rooms was en dus verkeerd. Maar de laatste jaren is er meer waardering gekomen voor deze vorm van verootmoediging. En terecht. Want vasten is een eeuwenoud gebruik dat nog altijd waardevol kan zijn voor je leven met de Heer. Toen ik onlangs preekte over Marcus 2:18-22 kreeg ik ook de vraag of ik over dat vasten nog wat meer kon zeggen. Dat paste niet in de preek, maar ik wil het wel hier doen. (Dit artikeltje schreef ik voor ons kerkblad)

Een oud gebruik
Ik heb Calvijn er bij gepakt. Hij schreef in de 16e eeuw een boek dat grote invloed heeft gehad en veel betekend heeft voor de gereformeerde theologie: de Institutie. Hij schreef dat boek midden in de strijd met de kerk van Rome. Allerlei roomse dwalingen bestrijdt hij. Uiteraard geeft hij ook aandacht aan het verkeerde gebruik van het vasten: het werd gedaan als buitenkant-vorm zonder dat het mensen dichter bij God bracht; het werd gezien als verdienstelijk werk dat voorwaarde is om in de hemel te komen; en er werd zo lovend over gesproken dat mensen dachten er iets goeds mee te doen. Daar kwam nog bij dat men vaak tijdens het vasten enerzijds geen vlees at, maar anderzijds wel uitgebreide feestmaaltijden hield. ‘Ze vasten met geen ander doel, dan om weelderiger en schitterender te maaltijden’, schrijft Calvijn over de rijken in zijn tijd.

Maar Calvijn schrijft pas over dit verkeerde gebruik van het vasten nádat hij over het goede ervan geschreven heeft. Hij schrijft dat het nuttig is dat de herders (de ambtsdragers) ‘het volk opwekken tot vasten of tot openbare gebeden, of tot andere oefeningen der vernedering, der boetvaardigheid en des geloofs.’ Hij verwijst daarbij naar het oude èn nieuwe testament. Regelmatig zie je daar dat het volk Israël of de kerk van Christus opgeroepen wordt om te vasten. In tijden van nood, bedreiging, ziekte; of als er belangrijke beslissingen genomen moeten worden. (Lees bijvoorbeeld Handelingen 13:2,3; 14:23; vasten en bidden bij het aanwijzen van oudsten - wie vast er a.s. dinsdag als de kerkenraad bezig gaat met de talstelling?) Calvijn schrijft dan: ‘Laat ons dus iets zeggen van het vasten, omdat zeer velen, doordat ze niet begrijpen wat voor nut het heeft, het niet voor zo noodzakelijk houden, en anderen het, als overbodig, geheel verwerpen’. Het zou voor vandaag geschreven kunnen zijn.

Een zeer goed hulpmiddel
Vasten heeft drie doelen. Persoonlijk kun je het gebruiken om je lichaam te beheersen. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de periode zonder alcohol, als je merkt dat het drinken teveel invloed op je krijgt. Het tweede doel is algemener: vasten helpt je om te concentreren op de dienst aan God, in gebed en overdenking. En vasten is een concrete vorm van verootmoediging, je klein maken voor God in schuldbelijdenis.

Calvijn pleit er dus ook voor om bij bijzondere gebeurtenissen of als er ingrijpende beslissingen genomen moeten worden, een algemeen vasten uit te schrijven. Dit vasten is dan ondersteunend voor het vurige gebed en voor een besef van afhankelijkheid en schuld tegenover God. Is dat dan niet ‘een uiterlijke ceremonie, die evenals de andere in Christus haar eind genomen heeft? Zeker, maar het is ook tegenwoordig, evenals het altijd geweest is, een zeer goed hulpmiddel voor de gelovigen’.

Wat betekent vasten dan in de praktijk? Calvijn schrijft: het gaat niet maar om matigheid en soberheid, want als het goed is, wordt het leven van vromen altijd gekenmerkt door matigheid en soberheid. Vasten betekent dat je voor een dag of een bepaalde tijd iets achterwege laat wat je normaal wel doet. Minder eten. Geen dingen die je alleen maar eet voor het lekker. Geen genotsmiddelen, zoals bier of wijn. Je zou vandaag kunnen toevoegen: niet roken, geen TV-programma voor je ontspanning, geen computerspel o.i.d. Dingen waarvan je het gemis voelt, in je maag, in je hoofd.

Vast mee
Calvijn was er duidelijk over: vasten is een goede gewoonte en de herders zouden het volk er meer dan eens toe moeten oproepen. Op die manier zal het vandaag niet werken. Maar als herder wil ik wel u en jou uitnodigen om hier over na te denken en ook om het gewoon te doen. Op je eigen manier, zonder het aan de grote klok te hangen (denk aan de waarschuwing van onze Heer in zijn Bergrede: doe het niet om door de mensen gezien te worden, Matt.6:16). Wel kan het goed zijn om het samen met anderen te doen. Als gezin, als vrienden. Combineer het bijvoorbeeld met een bijbelstudie-avond. Of doe het in de stille week, de week voor Goede Vrijdag. Dan is er ook elke avond iets gezamenlijks in de kerk. Ik wil dan graag nog iets toevoegen aan het onderwijs van Calvijn. Vasten is een hulpmiddel om je te concentreren op overgave en kleinheid voor God. Dan is het goed om daar extra tijd en aandacht voor te nemen. Als je bijvoorbeeld als gezin vast, neem dan op zulke dagen extra tijd voor bijbellezen, bidden en zingen rond de sobere maaltijd. Doe je het als echtpaar, bijvoorbeeld door TV-loze avonden, lees dan in die tijd samen een goed boek. Leef je een week extra sober en ga je daarom niet naar de bedrijfskantine, loop dan in de lunch-pauze een blokje rond om te mediteren en stil te zijn voor God.

‘Zeer velen houden het niet voor noodzakelijk en anderen verwerpen het geheel als overbodig.’ Dat schreef Calvijn, meer dan vierhonderd jaar geleden. Hoe is dat nu? Leven wij gemiddeld genomen zo dicht bij de Heer dat wij het minder nodig hebben dan toen, of zouden we dit hulpmiddel juist heel goed kunnen gebruiken om ons te concentreren op onze dienst aan hem?

Hoe je het ook doet, ik wens u en jou een goede voorbereiding op de viering van Goede Vrijdag en Pasen.

maart 2007 | Rob Vreugdenhil 

Veertigdagen en Stille Week

De weken voorafgaande aan Goede Vrijdag en Pasen heten in het klassieke kerkelijke jaar de veertigdagentijd. De laatste week wordt de Stille Week genoemd.
De veertigdagentijd is een tijd van inkeer, besef van zondigheid en schuld.
Dit kan vorm gegeven worden in vasten of sober leven.
Het is ook goed om als gemeente samen toe te leven naar Goede Vrijdag en Pasen. Het zijn de belangrijkste feestdagen van de christelijke kerk. Het NIeuwe Testament verwijst veel vaker naar het sterven en opstaan van de Christus dan naar zijn geboorte.
Ook is in heel de bijbel duidelijk dat het goed is om periodes van bezinning en inkeer te hebben. Om Goede Vrijdag en Pasen als feestdagen te kunnen vieren, is het goed om te beseffen hoe hard het nodig was.
Daarom kan het waardevol zijn om invulling te geven aan die zogenaamde veertig-dagen-tijd.